Over ‘zonde’ spreken

Kun je over zonde spreken in de hulpverlening?

Het is niet bepaald in om over zonde te spreken. Niet in het gewone leven, niet bij problemen. Zelfs in het pastoraat zijn we voorzichtig om het woordje zonde te gebruiken. Het begrip zonde is in de geschiedenis teveel gebruikt om elkaar te (ver)oordelen, iemand klem te zetten, voor machtsmisbruik en om de eigen positie veilig te stellen.

Het woordgebruik ‘zonde’ heeft mensen op die manier eerder ongelukkig en schuldig gemaakt dan dat het een positieve uitweg naar groei bood.

Kunnen we binnen onze hulpverlening op een constructieve manier over zonde spreken, zodat het een bijdrage naar verandering biedt? Nog afgezien of we het woordje zonde wel willen gebruiken en we het liever hebben over fouten, schuld of verantwoordelijkheid.

Veranderde mensvisie

De visie op de mens is nogal veranderd door de tijden heen. Vroeger werden mensen geappelleerd om hun positie en taak binnen de orde van de maatschappij op te nemen en zich te voegen naar de normen die de groep of de samenleving kende. Nu worden we vooral aangemaand om onszelf te zijn, onze verlangens en behoeften te kennen en te streven naar ontplooiing en persoonlijk geluk. In het oude patroon had zonde de functie van correctie. Er was vergeving, maar op voorwaarde dat men de algemene orde respecteerde. Vandaag kiezen de meeste mensen hun eigen normen en waarden en houdt men alleen rekening met de algemene moraal als deze strookt met de eigen visie op het leven en hoe men wil dat anderen hen behandelen.

En toch…

En toch, door veel van onze problemen en persoonlijke lijden zit onze eigen verantwoordelijkheid verweven. Daden hebben gevolgen en als we door ons gedrag anderen en onszelf nadeel aandoen is het toch goed om er naar te kijken. Mogen we in probleemsituaties daar dan niet over spreken en kijken wat iemands persoonlijk aandeel daarin is en hoe hij verantwoording kan nemen voor zijn daden en gewoonten?

Daarnaast, als iemand zich vandaag schuldig voelt of tekort schiet draagt hij dit alleen. Het zijn immers zijn eigen normen en waarden waaraan hij zich schuldig maakt? Is het dan ook niet heilzaam om deze gevoelens bespreekbaar te maken, te delen, aan herkenning te werken en het verband te tonen met algemene normen en waarden en zo samen naar een uitweg te zoeken?

Zonde is vooral het missen van je bestemming

Ook al is er een andere kijk op de mens en zijn levenshouding gekomen, toch zien we de gevolgen van fouten, zonden en schuld. Maar hoe maken we dit vandaag bespreekbaar? We kunnen dat niet meer vanuit een bovenpositie, vanuit onaantastbare normen en regels die buiten onszelf staan? Niet alleen omdat dit vandaag voor velen erg vreemd en oneigenlijk overkomt, maar geeft dit ook wel voldoende het wezen van de zonde weer? Is zonde niet veel meer dan je niet houden aan bepaalde regels of het niet nakomen van bepaalde verplichtingen? Gaat het bij zonde niet in de allereerste plaats dat je het doel waarvoor je geschapen bent niet haalt, dat je je bestemming niet bereikt? Bij een relatiebreuk kun je spreken van een falen naar eerder gedane beloften, over de schade die je je partner en de andere gezinsleden berokkent, maar je kunt ook spreken over het niet gelukken van een gesteld ideaal of een levensdoel. Op die manier is zonde vooral het missen van je bestemming en komt je leven op een zijspoor.

4 invalshoeken op zonde en schuld

Patrick Nullens

Patrick Nullens

Om de verschillende facetten van zonde en schuld goed te begrijpen wil ik het ethisch model van Patrick Nullens uit zijn boek ‘Verlangen naar het goede’ hierop trachten toe te passen. Zoals ik dat ook vorig jaar gedaan heb op het thema ‘vergeving’. Dit model bevat een viertal invalshoeken: norm, waarde, gevolgen en karakter. En om een totaalvisie op het begrip ‘zonde’ te krijgen zijn alle vier invalshoeken noodzakelijk.

1. We hebben normen nodig

Normen helpen ons allereerst om ons duidelijk te maken dat er iets verkeerd is. Een norm werkt als een soort waarschuwingssignaal. Er gaat een alarmbel die aangeeft: je bent fout bezig, je overtreedt een norm. Dat maakt ook dat het kwaad bespreekbaar wordt. Als er geen norm is wordt het heel moeilijk om over het kwaad te spreken, behalve dan vanuit de gevolgen. Het geeft ook duidelijkheid in waar je voor staat. Liefde als waarde is goed, maar een waarde op zich is niet erg duidelijk. Het zal in normen en afspraken vertaald moeten worden. Denk maar aan de veiligheid in het verkeer. Hoffelijkheid, respect voor medeweggebruikers en veilige mobiliteit zullen geconcretiseerd moeten worden in algemeen geldende regels anders helpen deze waarden niet.

Als we echter alleen maar normen hebben, worden we farizeeërs en gaan we of sjoemelen (je kunt altijd wel een excuus voor je gedrag vinden in de bijbel) of we gaan ons beter voelen dan anderen die de norm niet houden. Zoals veel mensen zich vroeger afvroegen ‘wat zegt de kerk hiervan’ en nu zich nu afvragen ‘mag dat van de bijbel’? Maar dan versmallen we de boodschap van de bijbel tot een aantal regeltjes (Jesaja 29:13).

2. Normen verwijzen naar diepere waarden

Er zouden geen normen zijn als er geen diepere waarde onder ligt. Normen dienen een hoger doel, een belang, een persoonlijke of gemeenschappelijke waarde. Denk maar weer aan het verkeer. De tien geboden zijn normen, maar verwijzen tegelijk ook naar diepere waarden zoals trouw, respect en verbondenheid welke weer nodig waren om een gemeenschappelijke missie uit te voeren. Waarden hebben te maken met wat je werkelijk diep van binnen belangrijk vindt. Daarom zegt de bijbel dat God de wet in ons hart wil schrijven (Ezechiël 11:19 en Jeremia 31:33). Goed handelen dient uit een goed hart te komen zodat we als een totale eenheid leven.

3. Ons handelen heeft gevolgen

Bij gevolgen kijken we vooral naar de gevolgen van onze fouten. Dit ligt een beetje in het verlengde van de norm. Ik zie dit als een belangrijke manier om ook met niet gelovigen over zonden te spreken. Er is een relatie tussen onze handelingen en de gevolgen hiervan. Anders gezegd wat we zaaien zullen we oogsten en dit principe is onontkoombaar voor iedereen. Dit maakt dat we leren om verantwoording te nemen voor de gevolgen van ons handelen en bewust worden van ons eigen gedrag en onderliggende opvattingen.

4. Zonde staat karaktergroei in de weg

De ‘deugd’ of naar onze hulpverlening vertaald naar ‘karakter’ is dat we goed handelen omdat we goed willen zijn en dat dit goed doen ons karakter vormt. Voor gelovigen start bij onze bekering een levenslang proces van innerlijke verandering. Niet vanuit aanpassing of gehoorzaamheid maar vanuit het verlangen om die mens te worden die God oorspronkelijk bedoeld heeft. Onze levensverandering dient van binnenuit plaats te vinden. Zonde is deze groei in de weg staan, zijn wie je niet bent, je zondigt zo tegen jezelf en tegen je bestemming. Een goede boom draagt vanzelf goede vruchten. Het is eigenlijk onnatuurlijk om te zondigen. Bij dit aspect hoort de vraag welke mens wil ik worden, wat is mijn bestemming.

Zonde is een relatiebegrip

Maar eigenlijk gaat het nog dieper. Zonde is een relatiebegrip, je zondigt niet tegen een norm of een ideaal maar tegen een persoon. Niet alleen tegen je medemensen die je oneerlijk of respectloos behandelt, maar in de eerste plaats tegen je Schepper die een ander positief plan met je voor had (zie het verhaal van David in II Sam. 12:7,8). Nog sterker: we zondigen tegen Iemand die goed voor ons is en een relatie met ons wil. Elke zonde is een zonde tegen de goedheid van God. Eigenlijk zeg je bij zonde: God, U bent niet te vertrouwen, U bent niet integer. Ik zal voor eigen geluk zorgen op mijn manier. Ondankbaarheid naar onze Schepper is de wortel van alle andere zonden (Romeinen 1:21).

Gebrek aan vertrouwen

Ons handelen kent twee belangrijke drijfveren: angst of liefde. Onze fouten, schade in relaties, misbruik van tijd en talenten, ze komen allemaal voort uit een gebrek aan vertrouwen. Er wordt niet genoeg voor mijn behoeften gezorgd, dus zal ik zelf zorgen dat deze vervuld worden, vaak ten koste van de belangen van de ander. Maar dit geldt ook in onze relatie met God. Geen vertrouwen in zijn zorg voor ons is de wortel van alle zonden die we doen.

Berouw is een herstellend en genezend proces

Evenals schuld en zonde is ook berouw een relationeel begrip. Berouw gaat dieper dan spijt en doet beseffen wat de overkant door mijn gedrag ervaren heeft. Berouw hangt samen met empathie. Het is niet gericht op de daad zelf maar op de ander die het goed met je voorhad of in ieder geval geen recht had op de schade die jij hem of haar hebt aangebracht. Berouw is een herstellend en genezend proces dat je helpt om weer met jezelf in het reine te komen, je innerlijke waarden weer te ontdekken en de gestagneerde groei weer op te nemen.

Paulus noemt berouw een droefheid naar God (II Corinte 7:9,10). Het gaat om het herstel van de relatie en veel minder op het wegnemen van het schuldgevoel (zie ook Psalm. 51). Berouw is nodig wil het nieuwe leven zich innerlijk laten verankeren. Berouw creëert een nieuwe gevoeligheid voor de overkant en bevrijdt ons van onze eigen beperkte kijk op het leven. Berouw heeft daarom altijd twee kanten: spijt over het verkeerde en verlangen naar het goede.

Het zondebegrip binnen het hulpverleningsgesprek

Om op een goede manier over schuld, zonde en verantwoordelijkheid te spreken dienen we zicht te krijgen op de twee grote drijfveren die iemands gedrag bepalen.

1. Leef ik uit angst of uit vertrouwen?

Als iemand zijn/haar partner in de steek laat omdat hij op haar of hem is uitgekeken, handelt men eigenlijk uit angst. Angst dat het geluk hier niet meer te halen is, de relatie niet te verbeteren valt en men niet alleen geen vertrouwen meer heeft in de partner, maar ook niet meer in zichzelf als goede partner. Ook al start men een nieuwe relatie, het grondpatroon van angst en vertrouwen neemt men mee. Verandering vraagt dus eigenlijk om weer vertrouwen te hebben. Vertrouwen in de ander en zichzelf (in alles wat God ons ter beschikking stelt) en voor een gelovige vertrouwen in God die goede relaties mogelijk maakt en verbroken verbinding kan herstellen.

2. Brengt mijn gedrag mij dichter bij mijn bestemming?

Ten tweede dienen we te kijken naar het doel van ons leven, op zoek te gaan naar onze bestemming en ons af te vragen of het huidige gedrag ons hier dichter naar toe brengt of ons er verder vanaf leidt.

De hulpverlener als ervaringsdeskundige

De (christen)hulpverlener is niet een expert in het hanteren van een goed zondebegrip. Hij is er wel een ervaringsdeskundige in. Ook hij is iemand die fouten maakt, zich door verkeerde drijfveren laat leiden en het zicht op de overkant verloren heeft. Daardoor kan hij een gids zijn en met de cliënt de weg zoeken naar het zicht op de eigen verantwoordelijkheid in de problemen.

Hij kan een klimaat scheppen dat inzicht, herstel en berouw mogelijk maakt maar bovenal is het zijn geloof in de roeping en bestemming van de ander die hem motiveert en waarmee hij de ander inspireert. Hij geeft de ontvangen genade door die hem zelf weer grond onder zijn voeten heeft gegeven en hoop voor de toekomst.

Literatuur:

  • Patrick Nullens. Verlangen naar het goede, bouwstenen voor een christelijke ethiek, Zoetermeer 2006
  • Willem van der Horst. Met beide benen op de grond, God ontdekken in je levensverhaal (hfst 5 en 6), Amsterdam 2014

Gerrit Houtman, februari 2017

Gerrit-2015